Niet altijd. Je kunt lichamelijk weinig doen, terwijl je spieren gespannen blijven en je lichaam als het ware nog steeds in de stand van doorgaan staat. Rust nemen en lichamelijk tot rust komen zijn dus niet precies hetzelfde.
Stoppen met doen is niet altijd genoeg
Ons lichaam past zich voortdurend aan aan wat we doen en meemaken. Veel daarvan gebeurt automatisch. Je hoeft niet bewust te bedenken hoeveel spanning je nodig hebt om rechtop te zitten, iets op te tillen of een beweging uit te voeren.
Dat automatische vermogen is ontzettend handig. Maar ook spanning kan een gewoonte worden.
Misschien trek je tijdens inspanning steeds je schouders op. Zet je ongemerkt je buik vast. Of blijf je meer spieren aanspannen dan nodig is. Wanneer je dat vaak genoeg doet, kan het zo vertrouwd worden dat je het nauwelijks nog opmerkt.
Je lichaam kan dan gespannen blijven, ook wanneer de activiteit waarvoor die spanning nodig was allang voorbij is.
Je bent gestopt, maar je lichaam is nog niet helemaal meegegaan.
Hoeveel rust heb je dan nodig?
We zoeken het antwoord daarop gemakkelijk in tijd.
Een halfuur op de bank. Een rustige avond. Acht uur slaap. Een dag niets plannen.
Natuurlijk heeft je lichaam tijd nodig om te herstellen. Maar alleen de hoeveelheid tijd vertelt niet het hele verhaal.
Interessanter is om te leren herkennen wat er tijdens die rust daadwerkelijk verandert.
Komt je lichaam geleidelijk uit de inspanning? Neemt de spanning af? Voel je na een tijdje weer behoefte om te bewegen of iets te ondernemen? Of blijf je vooral moe en gespannen, hoeveel rust je ook neemt?
Daar bestaat geen vaste hoeveelheid minuten of uren voor die voor iedereen klopt. Bovendien kan wat je nodig hebt per dag verschillen.
Van weten naar ervaren
En hier wordt het interessant.
Je kunt namelijk heel veel weten over je lichaam zonder precies te ervaren wat er in je lichaam gebeurt.
Je kunt denken: ik ben moe, dus ik moet rusten. Of juist: ik heb nu lang genoeg gerust, ik moet weer iets gaan doen.
Maar waarop baseer je dat?
Soms is het een lichamelijk signaal. Soms een gewoonte, een overtuiging of simpelweg wat je vindt dat je zou moeten doen.
Daarom is voelen meer dan even aan jezelf vragen: hoe voel ik me?
Het vraagt dat je aandacht geeft aan je ervaring voordat je er meteen een conclusie aan verbindt. Dat kan in het begin best lastig zijn. Zeker wanneer je gewend bent om vooral vanuit je hoofd te bepalen wat verstandig is.
Je lichaam bewust helpen schakelen
Wanneer je merkt dat je lichaam spanning blijft vasthouden, betekent dat niet dat je harder je best moet doen om te ontspannen.
Wel kun je leren om je lichaam bewust te beïnvloeden.
Dat is ook iets wat we binnen Fytaal Pilates oefenen. Je leert herkennen wat je lichaam tijdens beweging doet, wanneer je onnodige spanning gebruikt en wanneer het tijd is om iets aan te passen. Vervolgens kun je bewust bijsturen.
Na verloop van tijd wordt het makkelijker om te herkennen wanneer je lichaam nog in actie staat en wanneer het daadwerkelijk aan het herstellen is.
En andersom geldt hetzelfde. Rust is niet automatisch beter omdat het langer duurt. Op een gegeven moment kan je lichaam juist weer behoefte krijgen aan beweging en activiteit.
De kunst zit niet in zoveel mogelijk rust nemen, maar in steeds beter leren schakelen tussen actie en rust.
Soms helpt het om even niets te hoeven doen
Bewegen is een mooie manier om je lichaam te leren kennen. Maar soms ontdek je juist andere dingen wanneer je even stopt met handelen.
Daar kunnen meditatie en aandachtsoefeningen waardevol zijn.
Niet met als doel je hoofd leeg te maken of ervoor te zorgen dat je ontspannen wordt. Juist niet. Je geeft jezelf de gelegenheid om langer waar te nemen wat er werkelijk aanwezig is, zonder daar meteen iets van te hoeven vinden of mee te moeten doen.
En dat kan verrassend zijn.
Misschien dacht je dat je heel ontspannen was en ontdek je hoeveel je eigenlijk nog vasthoudt. Of je dacht dat je vooral rust nodig had en merkt juist een behoefte aan beweging. Soms kom je iets tegen wat je vooraf helemaal niet had bedacht.
Dat is het verschil tussen bedenken wat je lichaam nodig heeft en het steeds beter leren ervaren.
Hoe meer ervaring je daarmee opdoet, hoe meer informatie je krijgt om bewust te kunnen kiezen: moet ik nu doorgaan, iets veranderen, stoppen, rust nemen — of is het juist weer tijd om in beweging te komen?
Rust en actie worden dan geen vaste regels, maar iets waar je steeds beter tussen leert schakelen.




